Meer nieuws
19 november 2018

‘Waarom laten jullie dit gebeuren?’

‘Ik was geboren als een hoer, zei mijn vriend, en alleen daarvoor was ik geschikt. Ik was bang en deed mijn best hem niet kwaad te maken. Mijn leven was een hel. Elke dag hoopte ik dat ik niet meer wakker zou worden.’

In 2005 kwam ik naar Nederland vanuit Oost-Europa. Mijn leven was heel moeilijk daar, ik had een gewelddadige man en verloor al vroeg mijn ouders. Mijn man had geen werk en ik was veel weg om een baan te zoeken. Op een dag nam mijn man onze twee kleine kinderen mee toen ik niet thuis was. Hij ging wonen bij een andere vrouw en wilde niet terugkomen. Ik wilde mijn kinderen terug, maar kreeg geen voogdij omdat ik geen baan had. Mijn man dreigde mij te vermoorden als ik contact zocht. Zonder familie en werk belandde ik op straat. Ik ben tien jaar dakloos geweest en heb van alles gedaan om te overleven. Op straat kwam ik Eva tegen. Ze was erg vriendelijk en we raakten bevriend, we hielpen elkaar en ik vertrouwde haar. Ze kende allerlei mensen en kreeg uiteindelijk de kans om naar het Westen te gaan om daar te werken. Ze beloofde contact te houden.

Eva vertrok en ik hoorde pas anderhalf jaar later weer van haar. Mijn eigen leven was toen net weer wat op orde. Ik werkte als leerling-kapster en zou stage gaan lopen. Eva belde me en vertelde dat ze in Amsterdam werkte. Ze wilde dat ik ook kwam en ze zou me helpen een beter leven op te bouwen. Ze nodigde me een paar weken later nogmaals uit en had een baan voor mij op de bloemenmarkt. Ik moest Engels leren en zou een goed salaris verdienen. Dit wilde ik graag om toch nog de voogdij over mijn kinderen terug te kunnen krijgen. Ik had geen geld of paspoort om te reizen, maar dat was geen probleem. Eva en haar vrienden zouden betalen voor de reis en alle papieren. Ik dacht er lang over na en besloot toen de stap te wagen.

Polen

Ik reisde eerst naar Polen en werd naar een boerderij gebracht op een afgelegen plek. Ik moest daar een paar dagen wachten totdat mijn paspoort geregeld was, het zou niet lang duren. Ik werd alleen gelaten en had niets, er waren geen buren, ik kon niet weg en had geen bereik met mijn telefoon. Er was geen eten en nauwelijks water. Ik heb op het punt gestaan mijn eigen urine te drinken, ik had zoveel dorst. Na twee weken kwam er een groep mannen naar de boerderij en ik smeekte hun om hulp. De mannen gaven mij drinken en eten, maar wilden seks terug. Ik ben door hen misbruikt en uiteindelijk weer alleen achtergelaten.

Na een paar dagen werd ik opgehaald, mijn papieren en telefoon moest ik inleveren, die heb ik nooit meer teruggezien. Ik kreeg een vals paspoort, een ticket voor Amsterdam, een nieuwe telefoon, een hand vol kalmeringsmiddelen en werd op de bus gezet. Alleen. Ik had zoveel honger, maar geen geld om eten te kopen. De reis was lang en ik had geen idee wat ik moest doen. Ik was erg bang. Ik bleef zitten tot we vroeg in de morgen bij het eindpunt kwamen en ik moest uitstappen. Ik was in Amsterdam.

Amsterdam

Ik stond op straat en belde het enige nummer dat in mijn nieuwe telefoon stond. Ik kreeg te horen dat ik moest wachten, ik werd opgehaald. Een grote Nederlandse man haalde me op. Ik kon hem niet verstaan, maar moest mee in de auto. We reden lang door Amsterdam, achteraf bleek dat we vlakbij waren, maar ik werd anderhalf uur door Amsterdam gereden totdat ik geen idee meer had waar ik was. Pas jaren later wist ik dat ik vlak bij het station was. Ik kende alleen mijn slaapplek en werkplek, ik mocht daar niet weg.

Ik werd meegenomen naar een huis, kreeg wat te eten en kon bijkomen van de reis. Ik weet nog dat ik veel wodka dronk om mijn angst te vergeten.

De volgende dag werd ik door een vrouw meegenomen naar de Kamer van Koophandel, Zij vertelde mij dat ik papieren in orde moest maken om te mogen werken. Zij was ook Oost-Europees en vertaalde voor mij. Ik moest papieren ondertekenen; die waren in het Nederlands, ik had geen idee wat er stond. Niemand legde het uit, ik tekende gewoon en we stonden al snel weer buiten. Direct daarna werd ik meegenomen naar de Rosse buurt. Ik hoorde dat ik daar zou moeten werken omdat er geen andere banen beschikbaar waren. Ik kreeg lingerie en hoorde dat ik schulden had en dat het tijd werd die te betalen. 

Rosse buurt

Ik had nog nooit gehoord van de Rosse buurt en was geschokt dat vrouwen hier zo achter het raam stonden. De shock was groot, ik dacht dat de vrouwen lingerie showden en mannen dit konden kopen, zo naïef was ik toen nog. Ik moest werken als prostituee en een grote schuld terugbetalen aan de mensen die me ‘geholpen’ hadden. Ik had geen keus; waar zou ik anders naartoe moeten? Ik had geen andere plek en ze zeiden dat ik problemen met de politie zou krijgen omdat ik valse papieren had. Ik zat helemaal klem.

De eerste weken waren afschuwelijk. Ik kende niemand in Nederland en wist niet wat ik kon doen, ik was bang. Ik werd bedreigd en mishandeld, ik durfde niet meer tegen te spreken. Er kwamen nog meer vrouwen en meisjes, sommigen heel jong, zij werden ook mishandeld. Ik werkte minimaal 12 uur, sliep een paar uur en ging dan weer werken. Ik bleef op de been met veel alcohol. Iedereen wilde geld van mij: geld voor bescherming, geld voor de kamer, geld voor documenten, geld voor de reis, geld voor een slaapplek, altijd wilde iedereen geld, en steeds meer geld. 

Na een paar jaar kwam er een klant uit Egypte, hij wilde mijn vriend zijn. Het leek toen een goed idee: iemand die me kon beschermen en mogelijk zelfs uit de prostitutie kon halen. Hij gaf me geld en aandacht, hij was lief en zag er goed uit. Ik wilde met hem mee en zei tegen de andere mensen dat ik weg wilde. Ze besloten me met rust te laten, want ze hadden andere meiden die uit Oost-Europa kwamen, en ik mocht weg met mijn vriend. Misschien heeft hij wel voor mij betaald, ik weet het niet. Hij beloofde me een mooie toekomst, we zouden gaan trouwen en een huis kopen, ik hoefde alleen maar mijn geld aan hem te geven. Ik wilde zo graag dat iemand lief voor me was, ik geloofde hem. Ik begon hem geld te geven en ging met hem mee. Maar de situatie veranderde snel.

Gewelddadig

Ik moest 500 euro per dag verdienen, buiten alle kosten die ik moest betalen. Als ik te weinig geld binnenbracht, was hij heel gewelddadig. Hij legde dan uit dat hij me sloeg omdat hij van me hield. Na een tijd ga je dit geloven, het is heel raar hoe dit werkt. Als hij me niet sloeg, vroeg ik me af of hij nog wel van me hield. Zo werkt manipulatie, heel bizar als ik daar nu op terugkijk. Hij vertelde me dat ik alleen maar geschikt was als hoer, dat ik hiervoor geboren was en dat dit het enige was wat ik kon. Ik geloofde hem en probeerde zo goed mogelijk mijn best te doen om hem niet kwaad te maken. Ik zag er heel slecht uit. Ik sliep nauwelijks, at heel slecht. Soms werkte ik meer dan 15 uur per dag. Ik kreeg maar 3,50 euro per dag om van te eten. Wat ik wel kreeg, was alcohol, ik dronk heel veel. Het was mijn manier om te overleven. 

Ik kwam erachter dat mijn vriend een vrouw en kinderen had in Italië. Hij moest daarnaartoe om papieren te regelen. Mijn ogen gingen open: dit had niets met liefde te maken. Ik besloot weg te lopen met een andere klant die zei van me te houden. Het kon mij niets meer schelen. Hij bracht me naar zijn huis waar ik een aantal weken bleef. Ik kreeg doodsbedreigingen en durfde me niet meer in de buurt te laten zien.

Na een paar weken besloot ik weer te gaan werken, ik kreeg nog steeds bedreigingen, maar mijn nieuwe vriend beschermde me. Nadat deze relatie ook uitging, besloot ik te blijven werken voor mezelf en kon ik mijn geld eindelijk zelf houden. Maar het werd steeds moeilijker, ik dronk heel veel en ging steeds minder verdienen.

Ik ben gelovig opgevoed en riep vaak naar God om hulp, Hij was de enige die me nog kon helpen. Ik werkte nog steeds met een vals paspoort en was bang dat ik grote problemen zou krijgen. In de buurt kwam ik in contact met straatwerkers van een hulpverleningsorganisatie. Ik vertrouwde ze niet en stuurde ze boos weg.

Die avond was ik alleen in mijn kamer en hoorde ik Gods stem zeggen dat Hij me zou helpen. Ik was bang dat ik hallucinaties had en gek werd. Maar ineens voelde ik kracht door mij stromen en voelde ik echt de aanwezigheid van God. De volgende dag hoorde ik opnieuw de straatwerkers. Ik was me aan het omkleden en rende zo de straat op om hen binnen te vragen. Ze vroegen wat ik echt wilde. Ik wilde weg van het raam, ik was bang om in de Rosse buurt te sterven. Maar ik durfde niets omdat ik nog steeds valse papieren had en mijn vergunningen verliepen. Ze beloofden me te helpen.

Ik kreeg een Bijbel en begon te lezen. Ik kon er niet meer mee ophouden en het was alsof ik eindelijk wakker werd. Een paar dagen daarna kwam de zoveelste klant binnen en ineens werd ik woedend. Al mijn boosheid kwam naar buiten, ik was woedend op het werk dat ik deed en woedend op wie ik was. Ik kon niet meer, waarom verkocht ik mijn lichaam en waarom stond ik de vernederingen toe? Waarom kwamen er mannen om seks met mij te hebben? Waren we allemaal gek geworden? Ik was woest en schopte de klant de kamer uit. Ik greep al mijn spullen bij elkaar en stormde de straat uit. Ik wist dat ik nooit meer terug zou komen.

Toen pas was ik klaar voor echte hulp en ging ik naar Scharlaken Koord. Ik begon aan mijn traject en ben meer dan twee jaar bezig geweest om mijn leven weer op orde te krijgen, er was zoveel nodig. Dankzij alle hulp die ik kreeg kon ik verder. Ik heb het gehaald, ik ben vrij.

Elke vrouw die werkt in de prostitutie wil iemand die van haar houdt. Net als iedereen zoeken prostituees echte liefde, maar die is niet te vinden in de Rosse buurten. Daar is alleen maar duisternis. Het wordt tijd dat de Nederlandse samenleving wakker wordt en ziet wat er echt gebeurt op de Wallen: dwang, criminaliteit, misbruik en geweld. Waarom kijken jullie weg en laten jullie dit gebeuren? Waar is jullie waardigheid?

De naam ‘Irene’ is gefingeerd. 

Dit artikel is verschenen in De Oogst, november 2017. De Oogst is het magazine voor donateurs van THDV. 

Meer nieuws